Waterzuiveringsterrein, Tilburg

Overige

Studio Elmo Vermijs

Studio Elmo Vermijs

Studio Elmo Vermijs

KORT (kunst openbare ruimte Tilburg)

Elmo Vermijs

Frans Schippers, te Westervoort

verschillende lokale partijen

Waterzuiveringsterrein, Tilburg

 

Omschrijving

Studio Elmo Vermijs realiseerde voor het project “eetbaar landschap” de Bezinkbakkeuken. “Eetbaar Landschap” was een manifestatie gehouden in de zomer van 2009 op de voormalige waterzuivering Moerenburg te Tilburg.

De Bezinkbakkeuken is een open keuken/paviljoen gebouwd in een van de voormalige bezinkbakken die uitzicht biedt op de naastgelegen rietvelden (dienend om het water op natuurlijke wijze te zuiveren) en waterzuiveringsinstallaties.  Het bied de mogelijkheid om met ca. 25 mensen gezamenlijk te koken en te eten. Tevens kunnen er workshops, lezingen, voordrachten en muzikale performances gehouden worden.

Het paviljoen bestaat uit een houten vloer die in de betonnen bezinkbak zweeft. De overkapping, ondersteund door een achttal balken bestaat uit twee schuine daken, deze verwijst op een speelse manier naar de oude Noord-Brabantse boerderijen. Tussen de balken in zorgt het Moerenburgerriet (riet van naastgelegen rietvelden) ervoor dat de overkapping waterdicht is. De betonnen dwars constructie in de bak dient als ophangconstructie voor de zwevende vloer en tegelijkertijd als bankje waar de bezoekers kunnen aanschuiven. De

Bezinkbakkeuken is gerealiseerd door het inzetten van lokale partijen, zo werd het hout geleverd door een lokale sloper, de bevestigingsmaterialen gesponsord door aannemersbedrijf, het riet geoogst met de knotwilgen vereniging en waren de ingrediënten voor de maaltijd afkomstig van lokale boeren.

PROJECT INFO // BEZINKBAKKEUKEN // STUDIO ELMO VERMIJS // 2009
De bezinkbakkeuken is gesitueerd op een bijzondere locatie, een waterzuiveringsterrein wat een van de eerste zuiveringsinstallaties herbergt in Nederland. Inmiddels is het terrein in gebruik als overloop en doorvoer naar een grotere en modernere waterzuivering in het noorden van Tilburg. Hierdoor kreeg het terrein de mogelijkheid ontdekt te worden als inspirerende plek waar experiment en onderzoek kunnen plaatsvinden door de meest uiteenlopende disciplines; van biologen tot kunstenaars en van projectontwikkelaars tot boeren. Zo ook de manifestatie “Eetbaar Landschap” waar zes kunstenaars en ontwerpers werden uitgenodigd een project te doen rond dit thema.
Het terrein bestaat voor de helft uit de zeer typerende nabezinkingsbakken, deze zijn niet toegankelijk voor publiek en te gevaarlijk om open te stellen. Toen Studio Elmo Vermijs gevraagd werd om een paviljoen te bouwen waar gezamenlijk gegeten en gekookt kon worden, waren deze bakken het meest in het oogspringend om te gebruiken.
Voor Studio Elmo Vermijs moest het paviljoen in het landschap meegaan en de karakteristieken van de locatie/nabezinksbakken gebruiken in het ontwerp. Door het paviljoen in een van de bakken te plaatsen, bevind de bezoekers zich op het niveau van de rest van het terrein. Het paviljoen moest zo open mogelijk zijn zodat het landschap optimaal ervaren kan worden.  Om dit te bereiken werden de hoeken en midden vrij gelaten van een constructie. Dit uitgangspunt in combinatie met de beeldtaal van de typische Noord-Brabantse boerderijen leidde tot een ontwerp waarbij twee schuine daken over elkaar heen schakeren, er een volledige overkapping over bezinkbak geplaatst werd en het zo aanwezige water op het terrein voelbaar wordt door de spleten in de zwevende vloer. De dakconstructie is hierdoor uniek omdat er vanuit het midden is ontworpen, waar meestal de hoeken dragend zijn, zijn in dit ontwerp juist de middenspanten dragend. 
Naast het ontwerp gedeelte is het voor Studio Elmo Vermijs erg belangrijk dat de projecten gebouwd worden vanuit de lokale potentie die een gebied heeft. Er wordt een projectplan geschreven en een schetsontwerp gemaakt, tegelijkertijd worden lokale partijen zoals bedrijven, gemeente, verenigingen, scholen etc. benaderd om te kijken wat voor kennis en specialismen er aanwezig zijn in het gebied en waar ze bij zouden kunnen dragen in het project.
Voor de bezinkbakkeuken heeft dit geresulteerd in samenwerking met een sloopbedrijf wat het hout leverde, bij het eerste bezoek aan het bedrijf viel gelijk een partij voormalige gymzaalspanten op. Het formaat, beeldtaal (de kromming, verlijmd, ingedrukte ringen en het beschikbare aantal meters) waren leidend bij het maken van het definitieve ontwerp. Het riet wat voor het dak is gebruikt is afkomstig van het naastgelegen rietveld en geoogst met een vereniging die vrijwillig elk jaar wilgen in de omgeving knot. Het riet werd geoogst in de zomer waardoor dat ook het blad van het riet is verwerkt in het dak. De kruizen in de constructie zijn voormalige brandweerslangen in combinatie met tweedehands spanratels, genaaid door een lokaal bedrijf dat tenten fabriceert. Het eten geserveerd tijdens de activiteiten is afkomstig van lokale boeren en volkstuinen.
Studio Elmo Vermijs werkt op het scheidingsvlak van beeldende kunst, vormgeving en architectuur. Bij elk project gaat het erom om mensen op een speelse wijze met elkaar te verbinden, in alle fasen wordt nagedacht over hoe dit tot stand kan worden gebracht. In schetsfase, voorbereidingsfase en uitvoeringsfase als wel in het uiteindelijke bouwwerk. Hierbij zijn de locatie, hergebruik van materiaal, constructie en ambacht inspiratie voor het bouwwerk zelf en de functie van het bouwwerk het uiteindelijke doel.

 

Motivatie

Artistieke en maatschappelijke uitgangspunten
Mijn werk richt zich op de verhouding die mensen hebben ten opzichte van elkaar en ten opzichte van een specifieke fysieke ‘ruimte’. En omgekeerd welke invloed ruimte heeft op een individu als wel op een groep. De projecten omvatten tijdelijke ruimtelijke
(gebruiks-)objecten waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten. Zo ontstaat een situatie waarin men los komt te staan van de reguliere fysieke omgeving, waar men open kan staan voor elkaar en waar een verbinding tussen mensen kan plaatsvinden. Het doel hiervan is een mentale verrijking te bewerkstelligen, je als mens verrijken door je open te stellen voor andere personen en ideeën.
De projecten ontstaan door het volgen, analyseren en begrijpen van sociale en maatschappelijke processen in combinatie met vakgerichte ontwikkelingen. Mijn eigen fascinaties en ervaringen vormen vaak het beginpunt en de motivatie tot het starten van een project.
Voor het creëren van deze fysieke situatie gebruik ik vaak een symbolisch begrip met universeel karakter, bijvoorbeeld “vrijheid” wat als uitgangspunt diende voor het project Schommelpaviljoen. Het begrip “dwingend” dat als uitgangspunt diende voor het project Verbindingsgang. Het begrip “(over)leven”, koken en delen van een maaltijd voor het project Volksbouwkeuken. Het begrip “agressie“ voor het project Hooliganpaviljoen.

De Locatie
De locatie van een project met zijn specifieke eigenschappen en eigen karakter dient als uitgangspunt en inspiratie voor het ontwerpproces. Door de ruimtelijke situatie te analyseren en te gebruiken als integraal onderdeel van het proces ontstaat er uiteindelijk een zichtbare eenheid tussen de locatie en het ontwerp.
Soms kies ik de locatie op grond van een idee en soms is een gegeven locatie uitgangspunt voor een idee. De projecten bevinden zich in het “semi” publieke domein, uiteenlopend van leegstaande gebouwen, oude bruggen, (niet gebruikte) pleinen, bouwputten, een voormalige waterzuivering, een rivier(bedding) of het strand. De locaties worden door derden niet altijd als bruikbaar of voor de handliggend gezien als werkterrein, maar voor mij als architectonisch vormgever zijn het fascinerende plekken. Met name vanwege hun rauwe en grootse karakter dat door middel van een ruimtelijk (gebruiks)object tijdelijk geactiveerd kan worden.

Draagvlak
Voor ieder afzonderlijk project worden lokale en regionale allianties en samenwerkingsverbanden gezocht. Dit om zoveel mogelijk partijen bij het project te betrekken en het draagvlak zo breed mogelijk te maken. Waar ik ook actief ben, altijd is er specifieke expertise, kennis en ambachtelijke deskundigheid aanwezig die ingezet kan worden. Waar het om gaat is mensen zodanig te enthousiasmeren dat er een autonome werkende energie tot stand komt waardoor het project optimaal gerealiseerd kan worden. Bedrijven, scholen en buurtbewoners worden uitgenodigd om te participeren en zodoende met elkaar een draagvlak te creëren voor het project. Uit deze werkwijze vloeit automatisch een betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel voort, ook nadat het gerealiseerd is.

Tijdelijke en Mobiele Objecten
De aard van de projecten wordt gekenmerkt door een tijdelijke fysieke situatie die vaak een onaf karakter heeft. De (gebruiks)objecten die ik daarvoor vervaardig zijn daardoor vaak mobiel en tijdelijk van aard. Sommige objecten zijn voor meerdere locaties inzetbaar, zoals de Volksbouwkeuken. Mobiliteit en tijdelijkheid vragen om specifieke oplossingen die veelal leiden tot een eigen en herkenbare beeldtaal.

Artistieke positionering
De projecten die ik realiseer bevinden zich op het scheidsvlak van beeldende kunst, vormgeving en architectuur. Dit wordt zichtbaar door de autonome beeldende benadering (beeldende kunst), de manier van ontwerpen (vormgeving) en de schaal waarop de projecten worden uitgevoerd (architectuur). 
Bij het ontwerpen van het ruimtelijke object vormen ‘constructie’ en ‘materiaal’ de basis. Deze elementen in combinatie met de doelstelling en de locatie van het project moeten eenvoud en herkenbaarheid uitstralen. De eenvoud is belangrijk omdat de gebruiker het object in een oogopslag moeten kunnen ‘lezen’. Daardoor wordt het object ook voor iedereen herkenbaar en toegankelijk.

Materiaal
In de omgeving van de locatie wordt gekeken welke materialen voorhanden zijn. Voor de constructie geniet tweedehands/sloop hout mijn voorkeur vanwege de geschiedenis en het karakter van het materiaal. Ook is dit materiaal in vele maatvoeringen verkrijgbaar en betrekkelijk gemakkelijk ambachtelijk te verwerken. Dit materiaal draagt bij aan de specifieke beeldtaal die ik het object mee wil geven. Bovendien speelt duurzaamheid en recycling van materialen een belangrijke rol voor de positie die ik als ontwerper wil innemen.

Ondernemerschap
Als ontwerper werk ik het liefst autonoom en initieer projecten die voortkomen uit eigen observaties. Deze worden geanalyseerd, leiden tot een idee en worden getransformeerd tot een ontwerp van een autonoom ruimtelijk object. Op basis daarvan benader ik verschillende partijen zoals culturele initiatieven en instellingen, woningbouwverenigingen, gemeenten, bedrijven etc. om hen te enthousiasmeren en te bewegen mee te doen in de ontwikkeling van het project. Mijn rol in deze is die van een projectontwikkelaar, met dat verschil dat ik niet over vermogen beschik, maar mijn gesprekpartners wel.
Met deze aanpak ben naast ontwerper ook ondernemer. Alle fasen zijn van gelijke waarde; de initiatieffase, de ontwerpfase, ontwikkelfase, draagvlakfase en realisatiefase (inclusief verwerving van materiaal en sponsoring/financiering van de projecten).

Essentieel in deze aanpak is het aangaan van samenwerkingsverbanden, het uitwisselen van ideeën en kennis en het benaderen van deskundigen in de vakgebieden waarin ik me begeef. Door deze aanpak ontstaan er constant nieuwe mogelijkheden en neem ik initiatieven om deze uit te werken. Nieuwsgierigheid en het zoeken naar verbindingen  vormen de bron van mijn werkwijze.
 

 

Website: www.elmovermijs.com
 

Premium Drupal Themes by Adaptivethemes